Ik
droom nooit, of als ik iets weet dan zijn het flarden, vooral de
laatste tijd komt dat wel vaker voor, nu weet ik nog een heel groot
gedeelte van de droom van vannacht.
Samen
met een jonge vrouw ging ik een ruimte binnen, in deze ruimte zat in de
vloer een opening, vrij groot, hier gingen we zitten de opening bleek
een holle boom te zijn. Ik kon heel ver naar beneden kijken langs de
grillige binnenkant van de boom, de jonge vrouw waarschuwde me dat ik
niet zou vallen, maar ik had het al gezien en zat ontspannen, eigenlijk
een beetje lui boven de opening met mijn voeten tegen de ene kant en en
mijn rug tegen de andere kant van de boom, zo lag ik als het ware over
de opening van de bovenkant van de boom, zonder te vallen of bang te
zijn.
Zij
kwam aan de zijkant van mij zitten. Ze zei ken je me nog? Ik wist het
niet. Ze zei we hebben toen met elkaar gedanst, ik dacht aan dansles,
maar dat kon niet ze was veel jonger dan ik, Nee zei ze het was een
dans van bewegingen en gebaren. toen wist ik weer dat het heel
bijzonder was geweest. ze ging op de grond naast mij liggen en ik kwam
bij haar, we gingen tegen elkaar aanliggen en hebben hardstochtelijk
gekust, alsof we elkaar al veel langer kenden en ook alsof we wisten
dat dit moest en goed was.
Daarna
stond ze op en ze stond een meter of 2 lager dan ik. Op de bovenkant
van haar linkerschouder verscheen een bult en ze voelde eraan, hij werd
steeds groter, Ik wist wat er zou gebeuren en zei kom dichter bij me
staan, maar dat kon niet. Uit die bult op haar schouder kwam een
gevleugeld dier, ik wist dat ik het moest vangen, het vloog weg, maar
toch zo dat ik het in mijn handen kon sluiten. Ik moest het vasthouden,
dee het ook, wist ook dat het mij niets zou doen, niet zou bijten dus.
Het
dier was heel druk, heel veel beweging, er was verder geen geluid, kon
maar met moeite mijn handen dicht houden, toen tussen mijn vingers door
kwam er een nieuw geboren gevleugeld dier, het wurmde zich omhoog en
vloog weg, het was goed.
In
mijn handen werd het rustig , stil heel stil. Ik keek en het enige wat
er nog lag was een soort slakkenhuis, het zag eruit alsof het versteend
was, een lichtgekleurde steen. De jongedame die bij me was haald iets
uit een la die ze lostrok aan de zijkant van een andere boom die ook in
die ruimte was. Daarna was ik weer op weg terug, iedereen die ik kende
vond het gewoon dat ik weg was geweest, niemand vroeg iets.
Later
zat ik met een vroegere collega te praten, er waren nog meer mensen, of
het ook collega's waren, ik denk het wel. Mijn vroegere collega zij,
nou als je bij wim bent dan zegd hij niets en kijkt alleen maar naar
beneden, ze deed voor hoe ik had gezeten. Toen wist ik dat ze die keer
bij me was toen ik deze dingen meemaakten, mijn gedachten waren gevuld
met de gebeurtenissen en in mijn hand had ik het slakkenhuis. Ik zei
tegen haar was jij er toen al bij, dat is heel lang geleden.
©Martina
|